Draft version Pragmatist Sentimentalist View on the Social Function of Moral Responsibility

Please send me an email if you would like to read and comment on the paper (revisions due September 2016)

Abstract

In this chapter I elaborate on what I call the “pragmatist sentimentalist” (PS) approach to understanding our practices of holding one another morally responsible for what we do and how we are.  The PS approach focusses on the communicative function of moral sentiments, such as resentment and blame, and their role in coordinating our shared practices. This is in contrast to the dominant approach I call “ontological-desert” (OD), which emphasizes whether or not people deserve to be subjected to those sentiments. I argue that the PS approach provides us with better tools to discuss the collective aspects of moral responsibility, as I will illustrate by a short comment on the contemporary discussion on our moral responsibility for implicit bias. In particular, I will highlight two aspects of our moral responsibility practices that are disclosed by the PS approach: it is by being held responsible that we are enabled to (1) develop certain agential capacities and (2) co-determine, consolidate, and fine-tune our normative expectations of one another.

Advertisements

Basic Desert, Reactive Attitudes and Free Will”

The book "Basic Desert, Reactive Attitudes and Free Will” I co edited with Derk Pereboom has now been published by Routledge (New York, 2016). You will find a short description here:

https://www.routledge.com/products/9781138949423

All the papers in the book (see content) are also still available from the special issue Journal of Philosophical Explorations published in 2013.

Over de grenzen en poorten van de ziel

Over de grenzen en poorten van de ziel

Maureen Sie

“Our eyes cannot turn in their sockets without varying our perceptions. Our thought is still more variable than our sight; and all our other senses and faculties contribute to this change; nor is there any single power of the soul which remains unalterably the same perhaps for one moment.”

(David Hume, Book I, Part IV, Sect. VI)

Stel je voor dat je in New York rondloopt en een opstandje ziet met in het middelpunt een vrouw wier driftige tics, gebaren en grimassen weerspiegeld worden in de mensen om haar heen. Je vraagt je af: wat is hier aan de hand? Is iedereen besmet met de waanzin van deze vrouw? Pas dan zie je dat niet de omstanders gekke bekken trekken, maar dat de vrouw alle omstanders imiteert, zij het op een groteske en absurde manier. De omstanders herkennen zichzelf geschokt, en ook hun uitdrukking van schok en verbijstering wordt door de vrouw onmiddellijk geïmiteerd. Wat rest is een wervelwind aan gedragingen, uitdrukkingen, houdingen, gebaren; totdat de vrouw zich op een bepaald moment losmaakt uit de menigte, een steeg invlucht en daar:

“…als iemand die hevig overgeeft, […] in één versneld gebaar alles eruit [gooit]: het hele gedragsrepertoire van de veertig of vijftig mensen die ze zojuist was gepasseerd. In één lange pantomimische ontlediging braakt ze de opgeslokte identiteiten uit van al die mensen die haar hadden bezeten […] in tien seconden.” (Sacks 1985, p. 142).

Dit overkwam Oliver Sacks (1933) en hij vertelt erover in één van zijn prachtige verhalen over de aandoening Gilles de la Tourette.
De redactie van Twijfel vroeg me om een bijdrage te schrijven over Sacks voor hun themanummer zintuigelijke twijfel. Een filosofieblad-waardige keuze. Sacksʼ specialisme is het inwendige klokkenspel waarop de wereld via de zintuigen weerklank vindt: de hersenen, het ruggenmerg en de zenuwen. Sacks is neuroloog en psychiater met een uiterst filosofische ziel, gespitst op de wanklanken en wat deze ons vertellen over ons mens-zijn. Veel van zijn verhalen gaan over aandoeningen die onze zintuiglijkheid verstoren: mannen die het hoofd van hun vrouw voor een hoed aanzien omdat ze alleen nog abstracte vormen in de werkelijkheid herkennen; vrouwen die voortdurend hen onbekende muziek horen die uit hun jeugd afkomstig blijkt, opgeslagen in hun brein en daaruit losgemaakt door een tumor; schilders die geen kleuren meer waarnemen maar wel alle grijstinten die er mee corresponderen en computerprogrammeurs die hun lichaam verliezen vanwege een neurologische aandoening aan wat ook wel ons zesde zintuig wordt genoemd: de proprioceptie. Elk van deze verhalen is filosofisch prikkelend. Toch kies ik ervoor Sacksʼ werk over Tourette in deze bijdrage te bespreken omdat het zo fraai de visie weerspreekt dat wij geen onveranderlijke kern hebben, een ziel of persoon zijn, zonder dat er enige metafysica aan te pas komt.
Tourette is een aandoening die tot allerlei grensoverschrijdend gedrag en handelen leidt: vloeken, tieren, tics, grimassen, dwanghandelingen, imitaties en nabootsingen; maar ook—in zijn ergste vormen—vreemde duivelse humor en een neiging tot bizarre spelletjes of tot obsessieve zorgen en bijgeloof. Deze tics en andere dwanghandelingen lijken niet op onhebbelijke gewoontes zoals je nagels bijten, evenmin lijken ze op autonome lichamelijke reacties zoals blozen en hoesten. Diegene die aan Tourette lijdt kan zich heel goed beheersen (er zijn zelfs chirurgen met Tourette) maar zal nooit afkomen van de onbeheersbare energie die er aan de tics en dwanghandelingen ten grondslag ligt zonder verlies van persoonlijkheid. En die observatie van Sacks is fascinerend.
Sacks beschrijft Tourette als een probleem met de grenzen van het persoon-zijn. Bij Tourette, zo schrijft hij, zijn de normale remmingen, de organisch bepaalde grenzen van het zelf, weggevallen. Sterker nog, iemand die aan Tourette lijdt moet voortdurend vechten om als individu te overleven, zich staande te houden in het bombardement van externe en interne aandriften dat de ziekte kenmerkt. Daarmee kan iemand die Tourette heeft alleen een persoonlijkheid ontwikkelen die ermee verknoopt is. Zoals Sacks schrijft:

“Het Tourette-lichaam is een [expressief], […] hoewel door elkaar gegooid, archief van […] levenservaring.” (Sacks 1995, p. 126).

De aandriften waarvan je slachtoffer bent zijn tegelijk aandriften die je schept. Daarmee kan je, aldus Sacks, deze aandoening niet scheiden van de persoon. Omgekeerd kun je de aandoening ook niet genezen zonder de persoon te veranderen. Sacks vertelt over het middel Haldol waar sommige patiënten baat bij hebben maar dat Tourette patiënt Ray volstrekt uit balans brengt, zodanig zelfs dat hij regelmatig volledig tot een catatonische houding verstijft. Wat doet Sacks? Hij praat met Ray, wekenlang, over hoe een leven zonder tics en de overmatige energie eruit zou zien. Met succes. Na de intensieve praattherapie slaat de Haldol goed aan en is Ray in staat een redelijk normaal leven te leiden. Ray’s vermogen zich een leven zonder Tourette te verbeelden, zichzelf zonder Tourette te zien, zorgt ervoor dat de chemische processen van de Haldol de Tourette kunnen bezweren.
Sacks zet het lot van diegenen die in hele zware mate aan Tourette leiden naast de Humeaanse gedachte dat wij allen niet meer zijn dan een opeenvolging van gevoelens en waarnemingen ‘die elkaar in met onvoorstelbare snelheid opvolgen in een voortdurende verandering en beweging’ (Sacks 1985, 143). Dit kan niet waar zijn, schrijft Sacks. In tegenstelling tot diegene die aan Tourette lijdt, bezitten wij neuro-typische mensen onze waarnemingen en zijn we niet gedoemd rond te stuiteren zonder zin of middelpunt. Wij hoeven niet voortdurend de grenzen van onszelf te bevechten: de grenzen van waaruit wij als individu—in onderscheid van de ander én onze omgeving—kunnen handelen. Want dat is wat Sacks, wat mij betreft, in zijn verhalen laat zien: hoe de Tourette-energie voortdurend de grens overschrijdt tussen het zelf en de ander of de omgeving.
De vrouw uit de passage waarmee dit stukje begon verliest zichzelf in de mensen om zich heen, ze wordt letterlijk door hen geleefd doordat ze hen dwangmatig spiegelt. Ze moet zich losrukken van de menigte om tot zichzelf te komen, hun identiteiten uitbraken om tot rust te komen. Die moeite met het afbakenen van de grens tussen het zelf en de ander geldt ook voor diegenen die in veel minder mate aan Tourette lijden. Ook zij lopen in zeker zin ‘over’ in hun fysieke en sociale omgeving: de tics worden afgedwongen door wat waargenomen en gezien wordt. Maar wat afgedwongen wordt is niet het meebewegen met de massa—netjes groeten, in de pas lopen—noch het bewandelen van platgetreden paden, maar juist het zich ervan losmaken en onderscheiden. De Tourettepatiënt zoekt de taboes op, bijvoorbeeld die op vloeken en tieren (vroeger stond het ook wel bekend als zedelijke kwaal, een ontremmingsziekte), maar ook ‘taboes’ in de fysieke sfeer, bijvoorbeeld het aaien van een lamp aan het plafond.
Je zou kunnen zeggen dat de Tourettepatiënt wordt geplaagd door de reacties die de wereld in haar losmaakt. Wij neuro-typische mensen daarentegen bemiddelen die reacties; voor ons is er een binnen en een buiten en daarmee een speelruimte om te handelen. We kunnen slechts waarnemen op de wijze waarop we waarnemen omdat we een middelpunt bezitten dat in zekere mate constant is, een zelf, een ziel, zo u wil. Als Sacks hierin gelijk heeft, had Hume ongelijk met zijn claim dat we niets meer zijn dan een verzameling percepties. Daarnaast suggereert het verhaal over de drummer Ray dat onze waarnemingen en ons vermogen tot handelen ook worden beïnvloed door ons zelfbeeld: ons beeld van wie wij in essentie zijn en welke toekomst er voor ons open ligt. Fascinerend toch? Door na te denken over onze toekomst kunnen we de mate van vrijheid beïnvloeden die we met behulp van medicijnen (Haldol in dit geval) kunnen verwerven; vrijheid ten aanzien van onze interne en externe werkelijkheid, tot wat ons beweegt, beroert, aanzet tot handelen. Én die vrijheid lijkt nodig om de wereld te zien zoals we hem zien, als iets op een afstand en van ons onderscheiden.

Referenties:
Hume, D., (1978, fe 1888), A Treatise of Human Nature, Second Edition, Oxford Clarendon Press.
Sacks, O. (1985) De man die zijn vrouw voor een hoed hield, Meulenhoff Amsterdam.

Over de grenzen en poorten van de ziel

Over de grenzen en poorten van de ziel

Maureen Sie

"Our eyes cannot turn in their sockets without varying our perceptions.
Our thought is still more variable than our sight; and all our other senses
and faculties contribute to this change; nor is there any single power of
the soul which remains unalterably the same perhaps for one moment."
(David Hume, Book I, Part IV, Sect. VI)

Stel je voor dat je in New York rondloopt en een opstandje ziet met in het middelpunt
een vrouw wier driftige tics, gebaren en grimassen weerspiegeld worden in de
mensen om haar heen. Je vraagt je af: wat is hier aan de hand? Is iedereen besmet
met de waanzin van deze vrouw? Pas dan zie je dat niet de omstanders gekke
bekken trekken, maar dat de vrouw alle omstanders imiteert, zij het op een groteske
en absurde manier. De omstanders herkennen zichzelf geschokt, en ook hun
uitdrukking van schok en verbijstering wordt door de vrouw onmiddellijk geïmiteerd.
Wat rest is een wervelwind aan gedragingen, uitdrukkingen, houdingen, gebaren;
totdat de vrouw zich op een bepaald moment losmaakt uit de menigte, een steeg
invlucht en daar:

“…als iemand die hevig overgeeft, […] in één versneld gebaar alles eruit [gooit]: het
hele gedragsrepertoire van de veertig of vijftig mensen die ze zojuist was gepasseerd.
In één lange pantomimische ontlediging braakt ze de opgeslokte identiteiten uit van
al die mensen die haar hadden bezeten […] in tien seconden.” (Sacks 1985, p. 142).
Dit overkwam Oliver Sacks (1933) en hij vertelt erover in één van zijn prachtige
verhalen over de aandoening Gilles de la Tourette.

De redactie van Twijfel vroeg me om een bijdrage te schrijven over Sacks voor hun
themanummer zintuigelijke twijfel. Een filosofieblad-waardige keuze. Sacks’
specialisme is het inwendige klokkenspel waarop de wereld via de zintuigen
weerklank vindt: de hersenen, het ruggenmerg en de zenuwen. Sacks is neuroloog
en psychiater met een uiterst filosofische ziel, gespitst op de wanklanken en wat
deze ons vertellen over ons mens-zijn. Veel van zijn verhalen gaan over
aandoeningen die onze zintuiglijkheid verstoren: mannen die het hoofd van hun
vrouw voor een hoed aanzien omdat ze alleen nog abstracte vormen in de
werkelijkheid herkennen; vrouwen die voortdurend hen onbekende muziek horen die
uit hun jeugd afkomstig blijkt, opgeslagen in hun brein en daaruit losgemaakt door
een tumor; schilders die geen kleuren meer waarnemen maar wel alle grijstinten die
er mee corresponderen en computerprogrammeurs die hun lichaam verliezen
vanwege een neurologische aandoening aan wat ook wel ons zesde zintuig wordt
genoemd: de proprioceptie. Elk van deze verhalen is filosofisch prikkelend. Toch kies
ik ervoor Sacks’ werk over Tourette in deze bijdrage te bespreken omdat het zo fraai
de visie weerspreekt dat wij geen onveranderlijke kern hebben, een ziel of persoon
zijn, zonder dat er enige metafysica aan te pas komt.

Tourette is een aandoening die tot allerlei grensoverschrijdend gedrag en handelen
leidt: vloeken, tieren, tics, grimassen, dwanghandelingen, imitaties en nabootsingen;
maar ook—in zijn ergste vormen—vreemde duivelse humor en een neiging tot
bizarre spelletjes of tot obsessieve zorgen en bijgeloof. Deze tics en andere
dwanghandelingen lijken niet op onhebbelijke gewoontes zoals je nagels bijten,
evenmin lijken ze op autonome lichamelijke reacties zoals blozen en hoesten.
Diegene die aan Tourette lijdt kan zich heel goed beheersen (er zijn zelfs chirurgen
met Tourette) maar zal nooit afkomen van de onbeheersbare energie die er aan de
tics en dwanghandelingen ten grondslag ligt zonder verlies van persoonlijkheid. En
die observatie van Sacks is fascinerend.

Sacks beschrijft Tourette als een probleem met de grenzen van het persoon-zijn. Bij
Tourette, zo schrijft hij, zijn de normale remmingen, de organisch bepaalde grenzen
van het zelf, weggevallen. Sterker nog, iemand die aan Tourette lijdt moet
voortdurend vechten om als individu te overleven, zich staande te houden in het
bombardement van externe en interne aandriften dat de ziekte kenmerkt. Daarmee
kan iemand die Tourette heeft alleen een persoonlijkheid ontwikkelen die ermee
verknoopt is. Zoals Sacks schrijft:

"Het Tourette-lichaam is een [expressief], […] hoewel door elkaar gegooid, archief
van […] levenservaring.” (Sacks 1995, p. 126).

De aandriften waarvan je slachtoffer bent zijn tegelijk aandriften die je schept.
Daarmee kan je, aldus Sacks, deze aandoening niet scheiden van de persoon.
Omgekeerd kun je de aandoening ook niet genezen zonder de persoon te
veranderen. Sacks vertelt over het middel Haldol waar sommige patiënten baat bij
hebben maar dat Tourette patiënt Ray volstrekt uit balans brengt, zodanig zelfs dat
hij regelmatig volledig tot een catatonische houding verstijft. Wat doet Sacks? Hij
praat met Ray, wekenlang, over hoe een leven zonder tics en de overmatige energie
eruit zou zien. Met succes. Na de intensieve praattherapie slaat de Haldol goed aan
en is Ray in staat een redelijk normaal leven te leiden. Ray’s vermogen zich een
leven zonder Tourette te verbeelden, zichzelf zonder Tourette te zien, zorgt ervoor
dat de chemische processen van de Haldol de Tourette kunnen bezweren.
Sacks zet het lot van diegenen die in hele zware mate aan Tourette leiden naast de
Humeaanse gedachte dat wij allen niet meer zijn dan een opeenvolging van
gevoelens en waarnemingen ‘die elkaar in met onvoorstelbare snelheid opvolgen in
een voortdurende verandering en beweging’ (Sacks 1985, 143). Dit kan niet waar zijn,
schrijft Sacks. In tegenstelling tot diegene die aan Tourette lijdt, bezitten wij neurotypische
mensen onze waarnemingen en zijn we niet gedoemd rond te stuiteren
zonder zin of middelpunt. Wij hoeven niet voortdurend de grenzen van onszelf te
bevechten: de grenzen van waaruit wij als individu—in onderscheid van de ander én
onze omgeving—kunnen handelen. Want dat is wat Sacks, wat mij betreft, in zijn
verhalen laat zien: hoe de Tourette-energie voortdurend de grens overschrijdt tussen
het zelf en de ander of de omgeving.

De vrouw uit de passage waarmee dit stukje begon verliest zichzelf in de mensen om
zich heen, ze wordt letterlijk door hen geleefd doordat ze hen dwangmatig spiegelt.
Ze moet zich losrukken van de menigte om tot zichzelf te komen, hun identiteiten
uitbraken om tot rust te komen. Die moeite met het afbakenen van de grens tussen
het zelf en de ander geldt ook voor diegenen die in veel minder mate aan Tourette
lijden. Ook zij lopen in zeker zin ‘over’ in hun fysieke en sociale omgeving: de tics
worden afgedwongen door wat waargenomen en gezien wordt. Maar wat
afgedwongen wordt is niet het meebewegen met de massa—netjes groeten, in de
pas lopen—noch het bewandelen van platgetreden paden, maar juist het zich ervan
losmaken en onderscheiden. De Tourettepatiënt zoekt de taboes op, bijvoorbeeld die
op vloeken en tieren (vroeger stond het ook wel bekend als zedelijke kwaal, een
ontremmingsziekte), maar ook ‘taboes’ in de fysieke sfeer, bijvoorbeeld het aaien van
een lamp aan het plafond.

Je zou kunnen zeggen dat de Tourettepatiënt wordt geplaagd door de reacties die de
wereld in haar losmaakt. Wij neuro-typische mensen daarentegen bemiddelen die
reacties; voor ons is er een binnen en een buiten en daarmee een speelruimte om te
handelen. We kunnen slechts waarnemen op de wijze waarop we waarnemen omdat
we een middelpunt bezitten dat in zekere mate constant is, een zelf, een ziel, zo u wil.
Als Sacks hierin gelijk heeft, had Hume ongelijk met zijn claim dat we niets meer zijn
dan een verzameling percepties. Daarnaast suggereert het verhaal over de drummer
Ray dat onze waarnemingen en ons vermogen tot handelen ook worden beïnvloed
door ons zelfbeeld: ons beeld van wie wij in essentie zijn en welke toekomst er voor
ons open ligt. Fascinerend toch? Door na te denken over onze toekomst kunnen we
de mate van vrijheid beïnvloeden die we met behulp van medicijnen (Haldol in dit
geval) kunnen verwerven; vrijheid ten aanzien van onze interne en externe
werkelijkheid, tot wat ons beweegt, beroert, aanzet tot handelen. Én die vrijheid lijkt
nodig om de wereld te zien zoals we hem zien, als iets op een afstand en van ons
onderscheiden.

Referenties:
Hume, D., (1978, fe 1888), A Treatise of Human Nature, Second Edition, Oxford
Clarendon Press.
Sacks, O. (1985) De man die zijn vrouw voor een hoed hield, Meulenhoff Amsterdam.

Seksisme… uitsluitend met beleid graag

Aside

Vandaag in het Parool 08-03-2014

Emancipatie is niet persé een strijd tussen vrouw en man, schrijft filosoof Maureen Sie.  Vooroordelen zijn algemeen, maar daar hoeven we ons niet bij neer te leggen.

 Wanneer het academische jaar op de universiteit aanbreekt sluit ik altijd de deur van mijn kamer: anders drommen de eerstejaars er samen om te vragen wie waar zit, en of de reader er al is. Een vrouw op een filosofie-faculteit, zo oordelen ze, daar moeten we zijn voor onze administratieve vragen. Ik zie hun punt: meer dan 90% van de vaste wetenschappelijk staf aan onze faculteit is man, en bij de administratie zit inderdaad een vrouw. Sterker nog, hun vooroordeel geeft blijk van een efficiënt gebruik van hun cognitieve vermogens; altijd fijn op een universiteit. Laat ik duidelijk zijn: die studenten vinden niet dat een vrouw geen filosoof kan zijn. Wat er gebeurt is dat ze onbewust vrouwen aan de faculteit Wijsbegeerte associëren met administratie, niet met wetenschap. Als men over ‘impliciete vooroordelen’ spreekt dan heeft dat met dit soort —op zichzelf onschuldige—onmiddellijke en onbewuste associaties te maken. De optelsom van dat soort processen is frustrerend en ondermijnend voor wie er stelselmatig mee te maken krijgt. Zo bouwen de meeste vrouwen in de wetenschap een aardig trackrecordje op van ‘panna’s’: terwijl ze onmiskenbaar hun mannetje staan, worden ze toch regelmatig gepasseerd voor leidinggevende taken, promotie, banen, erkenning, spreektijd, lezingen, talkshows, bundels.

Volgens wetenschappers is het bestaan van impliciete vooroordelen inmiddels boven elke twijfel verheven. De interessante hypothese is nu dat hardnekkige stereotypes en verschijnsels als het ‘glazen plafond’ te verklaren zijn vanuit de werking van impliciete vooroordelen. Maar wat zijn impliciete vooroordelen nu, en hoe verschillen ze van expliciete? Stel, u krijgt een sollicitatiebrief voor een wetenschappelijke functie in een typisch mannelijk domein. Beoordeelt u het bijgaande CV dan slechter wanneer er geen mannennaam maar een vrouwennaam onder staat? Het antwoord is “ja” en ik durf dat generaliserend te zeggen omdat wetenschappelijk onderzoek suggereert dat dat voor iedereen geldt: mannen en vrouwen, van elke etnische achtergrond. De hypothese: onbewust registreren wij de sekse/etniciteit die onze waardering beïnvloedt, een waardering die vervolgens onze gedachten over het CV en de kandidaat beïnvloedt, ongeacht onze bewuste emancipatoire en egalitaire overtuigingen. Dit is wat impliciete van expliciete vooroordelen onderscheidt. Impliciete vooroordelen registreren we niet, ze beïnvloeden ons zonder dat wij er erg in of grip op hebben. We kunnen daar, volgens velen, niet zo veel aan doen.

In tal van disciplines ontdekt men dit soort onbewuste invloeden op ons gedrag en er blijken veel meer zaken te zijn dan sekse en etniciteit die onze waarneming kleuren zonder dat wij daar erg in hebben. Daarmee wordt steeds aannemelijker dat onze redeneringen, oordelen en waarderingen regelmatig versluieren en vertekenen welke onbewuste factoren—waaronder impliciete vooroordelen—ons beïnvloeden. We menen oprecht dat een kandidaat minder ervaring heeft, niet zo interessant is, minder ambitieus is én dat we dat uit het CV aflezen. Mede daardoor, doordat we denken op basis van redelijke overwegingen tot ons oordeel te komen, realiseren we ons niet dat dit oordeel vertekend kan zijn door een waardering die al op onbewust niveau heeft plaatsgevonden.  Mijn ervaring is dat weinig mensen willen en kunnen geloven dat zulke invloeden op hen werken, tot ze een voorbeeldje ervan ervaren (Zo’n ervaring is op te doen op: implicit.harvard.edu).

Als het ons aan het hart gaat dat gelijkheid, rechtvaardigheid en de mogelijkheid voor individuen zich te ontwikkelen beperkt en belemmerd wordt door onbedoeld discriminatoire praktijken, dan biedt inzicht in de rol van impliciete vooroordelen veel aanknopingspunten voor verandering. En wat misschien minstens zo belangrijk is: het maakt duidelijk dat emancipatie niets te maken hoeft te hebben met twee groepen die tegenover elkaar staan: mannen en vrouwen, minderheden en meerderheid. Wanneer impliciete vooroordelen de oorzaak zijn van de moeizame veranderingen op sommige terreinen dan worden wij collectief gegijzeld: belemmerd in ons gedrag en oordeel door processen waarop we geen vat hebben. Daar moeten we toch met zijn allen vanaf willen lijkt me?!  Je hoeft geen Marie Curie te zijn om te zien hoe dat moet: stel quota waar dat gemakkelijk kan (talkshows, conferenties, wetenschappelijke bundels/onderwijsprogramma’s), geef voorlichting over impliciete vooroordelen aan sollicitatiecommissies en scheidsrechters in het amateurvoetbal, voer anonieme procedures waar scheve vertegenwoordiging of waardering hardnekkig is én ervaar de wereld eens tegendraads, desnoods seksistisch.

Ik had vroeger een kennis die gek was op snelle auto’s en daar graag over sprak met een biertje in de hand en haar benen op tafel. Dat vond ik leuk, en alleen omdat ze een vrouw was. Dat is natuurlijk seksistisch, net als mijn plezier in mannen die  tijdens de lunch honderduit kletsen over de balletles van hun dochter, of haar voetbalprestaties. En wat te denken van acties zoals het 100% vrouw nummer van Filosofie Magazine en de nieuwe talkshow voor iedereen (v) van Weijers & Van Saarloos? Zolang het met beleid gebeurt is er niets mis met acht slaan op sekse of etniciteit terwijl het er niets toe doet, juist omdat het er nog steeds veel te veel toe doet.

Maureen Sie is bijzonder hoogleraar aan Instituut Wijsbegeerte in Leiden en Universitair Hoofddocent aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Workshop III – Narrativity, interpretation and responsibility

Friday, Saturday and Sunday 19-21 October 2012, ISVW – Leusden

Program

Friday   19 October

12.00               Registration

12.30-13.30     Lunch

13.30               Welcome and round of introductions

13.45               Irene Bucelli (Kings College, London)
The Author and the Narrator. Narrativity as
A Condition for Agency                                                        

14.35                Break

14.45               Steven Delay (Rice University)
The Toiling Lily: Narrative Life, Responsibility, and the Ontological Ground of Self-Deception

15.35                Break

15.50                Fleur Jongepier (Radboud University Nijmegen)
Two Conceptions of Narrative Identity                                            

16.40                Break

17.00                Lynne Rudder Baker (University of Massachusetts Amherst)

Making Sense of Ourselves: Self-Narratives and Personal Identity

Comments: Leon de Bruin (University of Bochum)
18.30-20.00     Dinner, followed by coffee   

Saturday      20 October (Eedenzaal)   

8.00-9.00         Breakfast

9.00                 Marion Smiley (Brandeis University)

Excuse-Giving, Self-Narration, and the Social Construction of Responsibility
Comments: Philip Robichaud (Erasmus University Rotterdam)

10.30                Break

10.40                Nicole van Voorst Vader-Bours (Erasmus University Rotterdam)
Narrative Responsibility Assessment for Non-Deliberated Acts                                          

11.30               Break

11.50               Natallia Stelmak Schabner (The Graduate Center City Uni of New York)
Narrativity and Action

12.50-14.20     Lunch

14.20                Martin Weichold (University of Göttingen)
Narrative Responsibility for Unreflective Action

15.10                Break

15.30                Frank Hindriks (University of Groningen)
Moral Narratives for Better or Worse
Comments: Patrick Delaere (Erasmus University Rotterdam)

17.00               Break

17.20               Agustín Vicente (University of the Basque Country)
Agency, Attribution and Responsibility
Comments: Wim de Muijnck (Radboud University Nijmegen)

19.00-20.30     Dinner, followed by coffee and drinks in the bar

 

Sunday       21 October (Eedenzaal)

8.00-9.00         Breakfast

9.00                 Anika Fiebich (Ruhr-University Bochum)
The Role of Narratives for Social Understanding

9.50                 Break

10.00               Zuzanna Rucinska (University of Hertfordshire)
Pretence as Embodiment of Social Narratives Instead of Individual   Concepts

10.50                Break

11.10                Filippo Santoni de Sio (presenting), Nicole Vincent & Bjørn Jespersen (Delft University of Technology)
Persons, Roles, and Excuse: Why the BCN Cannot Tell Us Who We Are
Comments: Bert Musschenga (VU University Amsterdam) 

12.40                Concluding remarks

13.00-14.00     Closing lunch

Venue for the workshop meetings on Friday Keposzaal; on Saturday & Sunday: Van Eedenzaal

 

Special Issue of *Philosophical Exploration* on “Basic Desert”

Call for Papers

Special Issue of *Philosophical Exploration* on “Basic Desert”

Guest Editors: Derk Pereboom and Maureen Sie

Submission Deadline: Oct 1st, 2012 (please let us know that you aim to submit, before March 2012)

Invited Contributors: Michael McKenna, Dana Nelkin, Adina Roskies, and Thomas Scanlon

Background and Aim:
In 1962, P. F. Strawson concluded his hallmark essay “Freedom and Resentment” with the remark that a sufficiently modified version of the optimist’s view on moral responsibility is the right one. With this he had in mind that our everyday practice of holding each other morally responsibility retains its raison d’être even if free will as libertarians construe it turns out to be illusory. By his lights, optimists justify this practice solely by its beneficial consequences, while pessimists correctly reject this strategy. A key claim of Strawson’s is that the pessimist’s reaction discloses how deeply rooted our natural reactive attitudes are, and his famous contention is that the metaphysical debate on the issue of free will and moral responsibility should take these attitudes as its point of departure. The quest for a justification for holding each other moral responsibility can only be understood from within the practice itself, and it is the reactive attitudes that lie at the core of this practice.

The half a century since the appearance of Strawson’s paper has witnessed significant developments of multiple perspectives on free will and moral responsibility. Many compatibilists have been strongly influenced by Strawson’s view, and some have linked it to accounts of responsibility in which our ability to act in response to reasons, or else the notion of a real self, has the crucial role. Libertarians have set out new and more sophisticated versions of the non-causal, event-causal, and agent-causal perspectives, and in many such accounts, Strawson’s notion of what moral responsibility is has had a major influence. But at the same time, philosophers, psychologists, and neuroscientists have attempted to cast doubt on whether a notion of moral responsibility as strong as Strawson’s legitimately applies to us, and some have claimed that we should abandon or radically change our everyday practices of holding each other morally responsible.

A focal point of the current discussion is the claim that the reactive attitudes presuppose a robust notion of desert. When one agent is indignant with another, the attitude in some sense presupposes that the agent to whom it is directed deserves, in a robust sense, that indignation. It remains open whether the desert that is presupposed can be given a contractualist or consequentialist account, or whether it is basic in the sense that the agent deserves the indignation just because she has knowingly committed an immoral action. This special issue of Philosophical Explorations seeks contributions that shed light on the notion of desert implicated in our practice of holding each other morally responsible, and on whether and how such a notion might be retained in the face of the challenges that have sought to dislodge it.

Submission Details
Please send a pdf-version of your paper (max. 8000 words) to Maureen Sie .
Contributions that do not make it to the special issue may be considered for publication in one of
the regular issues of *Philosophical Explorations*.

Further Inquiries
Please direct any inquiries about this call for papers to sie , mention ‘Basic Desert’ as subject

Derk Pereboom
Sage School of Philosophy
218 Goldwin Smith Hall
Cornell University
Ithaca NY, 14853 USA

Personal website:

http://www.arts.cornell.edu/phil/homepages/pereboom/

Maureen Sie
Department of Philosophy
Erasmus University Rotterdam
Po box 1738
3000DR, Rotterdam
The Netherlands

Personal website:

http://www.maureensie.info