Over de grenzen en poorten van de ziel

Over de grenzen en poorten van de ziel

Maureen Sie

"Our eyes cannot turn in their sockets without varying our perceptions.
Our thought is still more variable than our sight; and all our other senses
and faculties contribute to this change; nor is there any single power of
the soul which remains unalterably the same perhaps for one moment."
(David Hume, Book I, Part IV, Sect. VI)

Stel je voor dat je in New York rondloopt en een opstandje ziet met in het middelpunt
een vrouw wier driftige tics, gebaren en grimassen weerspiegeld worden in de
mensen om haar heen. Je vraagt je af: wat is hier aan de hand? Is iedereen besmet
met de waanzin van deze vrouw? Pas dan zie je dat niet de omstanders gekke
bekken trekken, maar dat de vrouw alle omstanders imiteert, zij het op een groteske
en absurde manier. De omstanders herkennen zichzelf geschokt, en ook hun
uitdrukking van schok en verbijstering wordt door de vrouw onmiddellijk geïmiteerd.
Wat rest is een wervelwind aan gedragingen, uitdrukkingen, houdingen, gebaren;
totdat de vrouw zich op een bepaald moment losmaakt uit de menigte, een steeg
invlucht en daar:

“…als iemand die hevig overgeeft, […] in één versneld gebaar alles eruit [gooit]: het
hele gedragsrepertoire van de veertig of vijftig mensen die ze zojuist was gepasseerd.
In één lange pantomimische ontlediging braakt ze de opgeslokte identiteiten uit van
al die mensen die haar hadden bezeten […] in tien seconden.” (Sacks 1985, p. 142).
Dit overkwam Oliver Sacks (1933) en hij vertelt erover in één van zijn prachtige
verhalen over de aandoening Gilles de la Tourette.

De redactie van Twijfel vroeg me om een bijdrage te schrijven over Sacks voor hun
themanummer zintuigelijke twijfel. Een filosofieblad-waardige keuze. Sacks’
specialisme is het inwendige klokkenspel waarop de wereld via de zintuigen
weerklank vindt: de hersenen, het ruggenmerg en de zenuwen. Sacks is neuroloog
en psychiater met een uiterst filosofische ziel, gespitst op de wanklanken en wat
deze ons vertellen over ons mens-zijn. Veel van zijn verhalen gaan over
aandoeningen die onze zintuiglijkheid verstoren: mannen die het hoofd van hun
vrouw voor een hoed aanzien omdat ze alleen nog abstracte vormen in de
werkelijkheid herkennen; vrouwen die voortdurend hen onbekende muziek horen die
uit hun jeugd afkomstig blijkt, opgeslagen in hun brein en daaruit losgemaakt door
een tumor; schilders die geen kleuren meer waarnemen maar wel alle grijstinten die
er mee corresponderen en computerprogrammeurs die hun lichaam verliezen
vanwege een neurologische aandoening aan wat ook wel ons zesde zintuig wordt
genoemd: de proprioceptie. Elk van deze verhalen is filosofisch prikkelend. Toch kies
ik ervoor Sacks’ werk over Tourette in deze bijdrage te bespreken omdat het zo fraai
de visie weerspreekt dat wij geen onveranderlijke kern hebben, een ziel of persoon
zijn, zonder dat er enige metafysica aan te pas komt.

Tourette is een aandoening die tot allerlei grensoverschrijdend gedrag en handelen
leidt: vloeken, tieren, tics, grimassen, dwanghandelingen, imitaties en nabootsingen;
maar ook—in zijn ergste vormen—vreemde duivelse humor en een neiging tot
bizarre spelletjes of tot obsessieve zorgen en bijgeloof. Deze tics en andere
dwanghandelingen lijken niet op onhebbelijke gewoontes zoals je nagels bijten,
evenmin lijken ze op autonome lichamelijke reacties zoals blozen en hoesten.
Diegene die aan Tourette lijdt kan zich heel goed beheersen (er zijn zelfs chirurgen
met Tourette) maar zal nooit afkomen van de onbeheersbare energie die er aan de
tics en dwanghandelingen ten grondslag ligt zonder verlies van persoonlijkheid. En
die observatie van Sacks is fascinerend.

Sacks beschrijft Tourette als een probleem met de grenzen van het persoon-zijn. Bij
Tourette, zo schrijft hij, zijn de normale remmingen, de organisch bepaalde grenzen
van het zelf, weggevallen. Sterker nog, iemand die aan Tourette lijdt moet
voortdurend vechten om als individu te overleven, zich staande te houden in het
bombardement van externe en interne aandriften dat de ziekte kenmerkt. Daarmee
kan iemand die Tourette heeft alleen een persoonlijkheid ontwikkelen die ermee
verknoopt is. Zoals Sacks schrijft:

"Het Tourette-lichaam is een [expressief], […] hoewel door elkaar gegooid, archief
van […] levenservaring.” (Sacks 1995, p. 126).

De aandriften waarvan je slachtoffer bent zijn tegelijk aandriften die je schept.
Daarmee kan je, aldus Sacks, deze aandoening niet scheiden van de persoon.
Omgekeerd kun je de aandoening ook niet genezen zonder de persoon te
veranderen. Sacks vertelt over het middel Haldol waar sommige patiënten baat bij
hebben maar dat Tourette patiënt Ray volstrekt uit balans brengt, zodanig zelfs dat
hij regelmatig volledig tot een catatonische houding verstijft. Wat doet Sacks? Hij
praat met Ray, wekenlang, over hoe een leven zonder tics en de overmatige energie
eruit zou zien. Met succes. Na de intensieve praattherapie slaat de Haldol goed aan
en is Ray in staat een redelijk normaal leven te leiden. Ray’s vermogen zich een
leven zonder Tourette te verbeelden, zichzelf zonder Tourette te zien, zorgt ervoor
dat de chemische processen van de Haldol de Tourette kunnen bezweren.
Sacks zet het lot van diegenen die in hele zware mate aan Tourette leiden naast de
Humeaanse gedachte dat wij allen niet meer zijn dan een opeenvolging van
gevoelens en waarnemingen ‘die elkaar in met onvoorstelbare snelheid opvolgen in
een voortdurende verandering en beweging’ (Sacks 1985, 143). Dit kan niet waar zijn,
schrijft Sacks. In tegenstelling tot diegene die aan Tourette lijdt, bezitten wij neurotypische
mensen onze waarnemingen en zijn we niet gedoemd rond te stuiteren
zonder zin of middelpunt. Wij hoeven niet voortdurend de grenzen van onszelf te
bevechten: de grenzen van waaruit wij als individu—in onderscheid van de ander én
onze omgeving—kunnen handelen. Want dat is wat Sacks, wat mij betreft, in zijn
verhalen laat zien: hoe de Tourette-energie voortdurend de grens overschrijdt tussen
het zelf en de ander of de omgeving.

De vrouw uit de passage waarmee dit stukje begon verliest zichzelf in de mensen om
zich heen, ze wordt letterlijk door hen geleefd doordat ze hen dwangmatig spiegelt.
Ze moet zich losrukken van de menigte om tot zichzelf te komen, hun identiteiten
uitbraken om tot rust te komen. Die moeite met het afbakenen van de grens tussen
het zelf en de ander geldt ook voor diegenen die in veel minder mate aan Tourette
lijden. Ook zij lopen in zeker zin ‘over’ in hun fysieke en sociale omgeving: de tics
worden afgedwongen door wat waargenomen en gezien wordt. Maar wat
afgedwongen wordt is niet het meebewegen met de massa—netjes groeten, in de
pas lopen—noch het bewandelen van platgetreden paden, maar juist het zich ervan
losmaken en onderscheiden. De Tourettepatiënt zoekt de taboes op, bijvoorbeeld die
op vloeken en tieren (vroeger stond het ook wel bekend als zedelijke kwaal, een
ontremmingsziekte), maar ook ‘taboes’ in de fysieke sfeer, bijvoorbeeld het aaien van
een lamp aan het plafond.

Je zou kunnen zeggen dat de Tourettepatiënt wordt geplaagd door de reacties die de
wereld in haar losmaakt. Wij neuro-typische mensen daarentegen bemiddelen die
reacties; voor ons is er een binnen en een buiten en daarmee een speelruimte om te
handelen. We kunnen slechts waarnemen op de wijze waarop we waarnemen omdat
we een middelpunt bezitten dat in zekere mate constant is, een zelf, een ziel, zo u wil.
Als Sacks hierin gelijk heeft, had Hume ongelijk met zijn claim dat we niets meer zijn
dan een verzameling percepties. Daarnaast suggereert het verhaal over de drummer
Ray dat onze waarnemingen en ons vermogen tot handelen ook worden beïnvloed
door ons zelfbeeld: ons beeld van wie wij in essentie zijn en welke toekomst er voor
ons open ligt. Fascinerend toch? Door na te denken over onze toekomst kunnen we
de mate van vrijheid beïnvloeden die we met behulp van medicijnen (Haldol in dit
geval) kunnen verwerven; vrijheid ten aanzien van onze interne en externe
werkelijkheid, tot wat ons beweegt, beroert, aanzet tot handelen. Én die vrijheid lijkt
nodig om de wereld te zien zoals we hem zien, als iets op een afstand en van ons
onderscheiden.

Referenties:
Hume, D., (1978, fe 1888), A Treatise of Human Nature, Second Edition, Oxford
Clarendon Press.
Sacks, O. (1985) De man die zijn vrouw voor een hoed hield, Meulenhoff Amsterdam.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s