Seksisme… uitsluitend met beleid graag

Aside

Vandaag in het Parool 08-03-2014

Emancipatie is niet persé een strijd tussen vrouw en man, schrijft filosoof Maureen Sie.  Vooroordelen zijn algemeen, maar daar hoeven we ons niet bij neer te leggen.

 Wanneer het academische jaar op de universiteit aanbreekt sluit ik altijd de deur van mijn kamer: anders drommen de eerstejaars er samen om te vragen wie waar zit, en of de reader er al is. Een vrouw op een filosofie-faculteit, zo oordelen ze, daar moeten we zijn voor onze administratieve vragen. Ik zie hun punt: meer dan 90% van de vaste wetenschappelijk staf aan onze faculteit is man, en bij de administratie zit inderdaad een vrouw. Sterker nog, hun vooroordeel geeft blijk van een efficiënt gebruik van hun cognitieve vermogens; altijd fijn op een universiteit. Laat ik duidelijk zijn: die studenten vinden niet dat een vrouw geen filosoof kan zijn. Wat er gebeurt is dat ze onbewust vrouwen aan de faculteit Wijsbegeerte associëren met administratie, niet met wetenschap. Als men over ‘impliciete vooroordelen’ spreekt dan heeft dat met dit soort —op zichzelf onschuldige—onmiddellijke en onbewuste associaties te maken. De optelsom van dat soort processen is frustrerend en ondermijnend voor wie er stelselmatig mee te maken krijgt. Zo bouwen de meeste vrouwen in de wetenschap een aardig trackrecordje op van ‘panna’s’: terwijl ze onmiskenbaar hun mannetje staan, worden ze toch regelmatig gepasseerd voor leidinggevende taken, promotie, banen, erkenning, spreektijd, lezingen, talkshows, bundels.

Volgens wetenschappers is het bestaan van impliciete vooroordelen inmiddels boven elke twijfel verheven. De interessante hypothese is nu dat hardnekkige stereotypes en verschijnsels als het ‘glazen plafond’ te verklaren zijn vanuit de werking van impliciete vooroordelen. Maar wat zijn impliciete vooroordelen nu, en hoe verschillen ze van expliciete? Stel, u krijgt een sollicitatiebrief voor een wetenschappelijke functie in een typisch mannelijk domein. Beoordeelt u het bijgaande CV dan slechter wanneer er geen mannennaam maar een vrouwennaam onder staat? Het antwoord is “ja” en ik durf dat generaliserend te zeggen omdat wetenschappelijk onderzoek suggereert dat dat voor iedereen geldt: mannen en vrouwen, van elke etnische achtergrond. De hypothese: onbewust registreren wij de sekse/etniciteit die onze waardering beïnvloedt, een waardering die vervolgens onze gedachten over het CV en de kandidaat beïnvloedt, ongeacht onze bewuste emancipatoire en egalitaire overtuigingen. Dit is wat impliciete van expliciete vooroordelen onderscheidt. Impliciete vooroordelen registreren we niet, ze beïnvloeden ons zonder dat wij er erg in of grip op hebben. We kunnen daar, volgens velen, niet zo veel aan doen.

In tal van disciplines ontdekt men dit soort onbewuste invloeden op ons gedrag en er blijken veel meer zaken te zijn dan sekse en etniciteit die onze waarneming kleuren zonder dat wij daar erg in hebben. Daarmee wordt steeds aannemelijker dat onze redeneringen, oordelen en waarderingen regelmatig versluieren en vertekenen welke onbewuste factoren—waaronder impliciete vooroordelen—ons beïnvloeden. We menen oprecht dat een kandidaat minder ervaring heeft, niet zo interessant is, minder ambitieus is én dat we dat uit het CV aflezen. Mede daardoor, doordat we denken op basis van redelijke overwegingen tot ons oordeel te komen, realiseren we ons niet dat dit oordeel vertekend kan zijn door een waardering die al op onbewust niveau heeft plaatsgevonden.  Mijn ervaring is dat weinig mensen willen en kunnen geloven dat zulke invloeden op hen werken, tot ze een voorbeeldje ervan ervaren (Zo’n ervaring is op te doen op: implicit.harvard.edu).

Als het ons aan het hart gaat dat gelijkheid, rechtvaardigheid en de mogelijkheid voor individuen zich te ontwikkelen beperkt en belemmerd wordt door onbedoeld discriminatoire praktijken, dan biedt inzicht in de rol van impliciete vooroordelen veel aanknopingspunten voor verandering. En wat misschien minstens zo belangrijk is: het maakt duidelijk dat emancipatie niets te maken hoeft te hebben met twee groepen die tegenover elkaar staan: mannen en vrouwen, minderheden en meerderheid. Wanneer impliciete vooroordelen de oorzaak zijn van de moeizame veranderingen op sommige terreinen dan worden wij collectief gegijzeld: belemmerd in ons gedrag en oordeel door processen waarop we geen vat hebben. Daar moeten we toch met zijn allen vanaf willen lijkt me?!  Je hoeft geen Marie Curie te zijn om te zien hoe dat moet: stel quota waar dat gemakkelijk kan (talkshows, conferenties, wetenschappelijke bundels/onderwijsprogramma’s), geef voorlichting over impliciete vooroordelen aan sollicitatiecommissies en scheidsrechters in het amateurvoetbal, voer anonieme procedures waar scheve vertegenwoordiging of waardering hardnekkig is én ervaar de wereld eens tegendraads, desnoods seksistisch.

Ik had vroeger een kennis die gek was op snelle auto’s en daar graag over sprak met een biertje in de hand en haar benen op tafel. Dat vond ik leuk, en alleen omdat ze een vrouw was. Dat is natuurlijk seksistisch, net als mijn plezier in mannen die  tijdens de lunch honderduit kletsen over de balletles van hun dochter, of haar voetbalprestaties. En wat te denken van acties zoals het 100% vrouw nummer van Filosofie Magazine en de nieuwe talkshow voor iedereen (v) van Weijers & Van Saarloos? Zolang het met beleid gebeurt is er niets mis met acht slaan op sekse of etniciteit terwijl het er niets toe doet, juist omdat het er nog steeds veel te veel toe doet.

Maureen Sie is bijzonder hoogleraar aan Instituut Wijsbegeerte in Leiden en Universitair Hoofddocent aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.